Uit de bundel KORRELIG GRIJS het gedicht: ZO EN NERGENS.

Voor bestellen/kopen van de bundel, zie onder de knop BOEKEN.

 

ZO EN NERGENS

 

De trage middaguren

zon beducht of vergeten

in de stilte van de buren

roepen ze me aan

laten ze me weten

zo zal het verder gaan

in grote lijnen

zal het je zo vergaan

met of zonder lijden

zal je zo vergaan.

 

Aan mijzelf ontnomen

de aansluiting verbroken

wil ik nergens meer wonen

 

© Coos de Goede 2015.

 

                *

 

WITTE KAKETOE

 

In de stilte van een wisselend bewolkte zondagmorgen

verwisselde je de eenzaamheid van je zolderkamer voor

de eenzaamheid van de nog slapende stad, ontmoette je,

dwalend over een gracht, voor het raam van een in een

souterrain gevestigde dierenwinkel, een witte kaketoe die

je net zo eenzaam leek als jij toen was: jullie keken elkaar

aan, die vogel gekooid en jij vrij te gaan, ervan overtuigd

dat de wereld eens aan je voeten zou liggen, maar wanneer

en hoe oud werd eigenlijk zo’n kaketoe?

 

© Coos de Goede 2023

 

 

 

IN HET VOORBIJGAAN

 

Uit een tram gestapt op het Roelof Hartplein - waar je ooit in de op de eerste verdieping

van een monumentaal Amsterdamse schoolgebouw gevestigde Openbare Bibliotheek

somber door het met vlokken natte sneeuw en de lichten van het drukke verkeer gelardeerde

donkergrijs van de late winter of het vroege voorjaar in de Van Baerlestraat staarde naar een

niet zo verre verte omdat verder zicht je werd ontnomen door een grauwe waas waarachter

die straat onder verscheidene namen nog heel ver doorging en ook zonder die waas nog altijd

doorgaat, onder andere als Bilderdijkstraat, waar jij toen op kamers woonde, somber omdat de

krant waarin een recensie van je toneelstuk Metamorfose stond, dat je toen met je toneelgroep

Skene bracht, op onverklaarbare wijze in die bibliotheek was verdwenen en het ook nog eens

een slechte recensie betrof - loop je voor het eerst sinds vele jaren weer eens door de Cornelis

Anthoniszstraat,  waarin je  niet ver van de hoek het pand weet waar ooit een lang geleden overleden,

eerst zij toen hij,  bevriend echtpaar dat je zeer dierbaar was met hun twee zonen woonde, een pand

dat hij van zijn vader had geërfd en ver voor voor hun beider dood door hem werd verkocht om

samen met haar en hun jongste zoon, hun oudste zoon was toen al getrouwd en het huis uit,

een modern appartement in een betonnen toren met lift in het noorden van de stad te betrekken,

het pand te verlaten waar jullie,  jij nog jong toen en zij middelbaar, menig troostrijke avond en nacht

in gestaag toenemende beneveling hadden doorgebracht, maar waaraan jij nu met een andere

bestemming, de Oud-Katholieke kerk in de nabijgelegen Ruysdaelstraat voor een kruiswegmeditatie,

slechts voorbijgaat.

 

© Coos de goede 2023

 


 

                ZEVEN ELEGIEËN

                          1

De seringen in je peutertuin fluisterden het al blauw

maar pas veel later begreep je wat het zeggen wou:

jongetje, het wordt niets met jou.

                          2

Tot je niet meer weet zul je weten hoe

je door een oude laan in een wereld liep

die je in een lange nieuwe straat achterliet

hoe het vuurtorenlicht door het duister van

je jongensjaren streek en zomerochtenden

verontrustend lonkten.

                          3

Je begreep ze niet, de hints, glimlachjes,

blikken die je terloops werden gegund

op wat doorgaans preuts verborgen bleef

begreep je pas toen ze je niet meer gegund

werden, jij geen gunst meer was.

                         4

Terug van waar je nooit was, zoek je de codes

van apparaten waarvan je niet weet of ze wel

bestaan, vraag je je af of de deuren naar binnen of

naar buiten opengaan, het wellicht schuifdeuren zijn.

 

 

 

                               5

Het hart slaat niet meer de juiste maat

kanker speelt patience in de onderbuik

dromen verdwenen als grondmist, de heen -

weg blijkt zonder keren ook de terugweg.

                                6

Na de nachtelijke spookgedachten een nieuwe

nep parel aan het waardeloos snoer; maar goed

je mag of moet nog even, weet niet waar het eindigt

weet niet hoe, maar steeds  korter te gaan ben je er

zeker op weg naartoe.

                                 7

Beelden van steden en landschappen glijden voorbij

simuleren voortgang als in oude films; zo lijk je te varen

zonder gevaren, terwijl je toch weet dat op de bittere meren

van al wat vergleed vaak nog het dapperst wordt gevaren.

 

© Coos de Goede 2022/2023 - 


 

STILLE DISCO

 

Zij zwegen, bewogen, luisterden naar het scheen,

luisterden naar en bewogen op muziek, naar het scheen,

luisterden naar en bewogen op muziek die jij niet kon horen,

maar zij wel, naar het scheen, met andere oren.

 

© Coos de Goede 2023

 

REFREIN                                                                                           

 

In het huilen van een pasgeboren kind 

klinkt al, of we het willen horen of niet,

als in het ruisen van de zee en bomen

in de wind, het refrein van een eeuwig

durend lied, dat we er maar even zijn

en heel lang niet.

 

© Coos de Goede 2022

 

VERRASSINGEN

 

Dat je een bekende ziet en denkt,

hé, daar heb je die ook.

Dat je de gordijnen openschuift en ziet

dat het regent.

Dat je leest over een beroemd iemand

en denkt, verrek leeft die nog.

Dat je de gordijnen openschuift en ziet

dat de zon schijnt.

Dat je ’s avonds een merel hoort zingen

en denkt, hé, een merel.

Dat je ’s ochtends wakker wordt en weer

een merel hoort, waarschijnlijk dezelfde,

dat dan dus zowel jij als die merel nog leeft.

 

© Coos de Goede 2022

 

JEUGDVRIEND

 

Inderdaad, ik heb nog een foto van heel lang geleden.

Je beefde toen nog niet, nou ja, misschien een beetje

door plankenkoorts, zoals wij toen allemaal,

had je later ook vaak last van plankenkoorts?

 

Ik bewonderde je pianospel vanuit een niets.

Jij zei ik doe maar iets. Ik droeg voor

uit het telefoonboek van Amsterdam,

dat toen nog bestond. Jij vond het knap.

Ik zei ik doe maar wat.

 

Je ging me voor, als Amsterdamse jongen wegwijs

in de stad en veel meer dan dat, maar je stond je

er niet op voor, en ik was eens gretige leerling

in cafés op de pleinen en in cabaret Lilalo enzo.

 

Malle Babbe was er niet maar meisjes waren er wel

en meestal was jij het die er met een vandoor ging

en mij dan achterliet, wat geen probleem was tot

de regen zachtjes tikte op een zolderraam en jij trots

zwaaiend vanuit een sportauto afscheid van me nam.

 

We zagen elkaar soms jaren niet en dan toch weer wel,

zagen in de mannen die we geworden waren nauwelijks

nog de jongens die we eens waren, maar soms toch ook

weer wel, en je beefde nog niet, nou ja, misschien soms

een beetje door plankenkoorts, had je daar vaak last van?

 

Maar je beefde duidelijk wel, en niet zo’n beetje ook,

toen ik je weer eens op het scherm zag. Nee, dat beefde niet,

mijn tv was het niet, jij was het vriend, maar je zong als vanouds

of zelfs beter, doorleefder, en ontroerde velen.

 

Dreigde bij mij toen oudemannentranen? Welnee, mijn ogen waren

droog en traanden juist daardoor, ook terwijl jij wankel ter been

werd weggeleid. Ja jongen, ik heb nog een foto van heel lang geleden.

 

© Coos de Goede 2021