VERSLAGEN: van een mislukt leven.
Herinneringen zijn gebeurde verzinsels.
Yackobes Chraduz - Albanees wijsgeer
Stranddag
Eindelijk mooi weer. Op de fiets naar de IJ-kant van het Centraal Station om met de Fast Flying Ferry, de draagvleugelboot van Connexxion naar Velsen te varen en van daar door IJmuiden naar het strand te fietsen. (Die draagvleugelboot vaart helaas allang niet meer.)
Je was ruim op tijd voor de boot van één uur. Maar op de steiger stonden naast veel voetgangers ook zoveel fietsers te wachten dat je niet met de eerstkomende boot mee zou kunnen: afhankelijk van de dikte van de fietstassen konden er maar 10 tot 15 fietsen per keer mee en er waren veel meer fietsers voor je, dus dat werd wachten. Je had je e-reader bij je en ging zitten lezen. Door De begraafplaats van Praag van Umberto Eco verwijlde je op een steiger in het hedendaagse Amsterdam in het negentiende-eeuwse Europa. Ondertussen kwam er steeds meer bewolking, maar de temperatuur bleef aangenaam.
De boten gingen om het halfuur, pas met de derde boot kon je mee, die van twee uur en die bracht je in een halfuur naar Velsen/IJmuiden. Je fietste langs het Noordzeekanaal aan de ene kant en aan de andere kant de resten van de spoorbaan, de groenstrook en de straat waar je je eerste levensjaren doorbracht naar de vishallen voor een haring bij de vissnackbar daar. Vervolgens door naar het strand. Het fietspad langs de weg daarnaartoe was opgebroken, je kon over de drukke rijweg gaan of via een omweg door een bedrijvengebied langs de duinen. Je koos die laatste mogelijkheid.
In de onbewaakte fietsenstalling op het duin bij de doorgang naar het strand liet je je fiets op slot en met een kabel vastgezet aan een van de rekken achter. Er bleek zeemist te hangen. Meestal is het er daardoor dan kil, maar nu was het ook op het strand aangenaam gebleven. Na het borstbeeld van Cornelis Vreeswijk te hebben gegroet, wandelde je over het druk bezochte strand - landinwaarts weet men niet dat er zeemist hangt en ter plaatse maakt men er dan maar het beste van - naar de IJmuiderslag, waar het doorgaans rustiger is. En dat was het er ook nu. Je streek zoals meestal neer op het heuveltje voor de Catamaran stalling. Een goede plek, maar je zat er nog niet of vier mannen, een oudere en drie jongere, waarschijnlijk een vader met zijn drie zonen, kwamen naast je zitten alsof ze bij je hoorden. Ze maakten verder een beschaafde indruk maar er moest toch beslist een steekje aan ze los zijn, want er was plaats genoeg om een redelijk afstand te bewaren. Het stemde je echter mild dat één van de jongens een dik boek te voorschijn haalde en erin begon te lezen: hoewel, zo’n dikke pil meeslepen hoeft toch niet meer jongeman, er zijn toch e-readers!
Ondanks de mist besloot je te gaan zwemmen. Het water was koud voor augustus, maar toen je eenmaal door was, deed het je toch goed. En de zon brak door en verdreef de mist. Vanuit de zee over het strand naar de duinen van de zeereep kijkend, krijg je vaak het euforische gevoel heel dicht bij de kern van je bestaan te zijn, wat dat ook mag betekenen, en dat was ook toen weer zo.
Terug bij de ongenode gasten ging je zonnebadend liggen opdrogen alsof zij er niet waren. Zoals zij deden alsof jij er niet was. Dat deden ze toen ze kwamen, deden ze toen je ging zwemmen, deden ze toen je terug was en ging liggen zonnebaden, deden ze toen je je aankleedde en opstapte. Was je misschien onzichtbaar geworden? Je mocht toch aannemen van niet. Want je at een visschotel op het terras van paviljoen Zuidpier - bestaat niet meer - en bleek voor het personeel daar niet onzichtbaar. Een glas droge witte wijn en de son in de see sien sakken. Daarna haalde je voldaan je fiets op, zoals iedere keer weer opgelucht dat hij er nog stond, en na afscheid te hebben genomen van de ruige IJmuidens/Scandinavische dichter/zanger reed je, weer met een omweg vanwege het ontbrekende fietspad, door je geboorteplaats terug naar het Pontplein in Velsen.
Opnieuw veel wachtende fietsers. Het was duidelijk dat je ook nu niet met de eerstvolgende boot, die van zeven uur mee zou kunnen. Je kocht een ijsje bij de snackbar daar. Terwijl je eraan stond te likken verscheen een jongen in een hesje van de FFF die vertelde dat er een boot door pech uit de vaart was genomen. Daarom was er een uurdienst ingesteld en zou de eerste boot pas om half acht vertrekken. Een boot waarop jij dus niet mee zou kunnen door de vele fietsers die voor je waren. En de volgende boot kwam daarna dus pas om half negen. Dat betekende anderhalf uur wachten. De jongen van de FFF zei dat de fietsen in de stalling bij de steiger konden worden achtergelaten en dat je een gratis retourtje kon krijgen om hem de volgende dag op te halen. Maar daar voelde je niet voor. Bijna niemand trouwens.
Je liet je fiets in de rij op de bootsteiger staan om je plek niet kwijt te raken en ging op een recreatiesteiger ernaast zitten lezen. Vanaf een tegen de wallenkant geplaatste bank keek je af en toe op van je e-reader naar het fraaie avondlicht over het Noordzeekanaal, de sluizen en hoogovens. Maar dat was niet het enige wat je afleidde. Iets wat begon als gekriebel waarop je onbewust krabbend reageerde, werd tot een alles overheersende jeuk over vrijwel je gehele lichaam. In de kademuur waarvoor je zat, bleek een mierennest te zitten waarvan de bewoners je massaal met een bezoek vereerden. Eerst dat ongenode gezelschap op het strand en nu weer hier. Kennelijk werd je om de een of andere reden op een bijzondere manier aantrekkelijk gevonden. Waar weleens anders over was gedacht. En jij dacht anders over je gezelschap, eerder over dat op het strand en nu hier op die steiger. Na dat op het strand te hebben genegeerd, liet je hier niet langer over je lopen, maar het was nog een heel gedoe het af te schudden.
Weer mierloos kon je met de boot van half negen mee. Terug in Amsterdam bleken de weg en het fietspad achter het Centraal Station gedurende de avond te zijn afgesloten in verband met de bouw van de overkapping voor het toen in aanbouw zijnde busstation van het Centraal station. Overal verkeersregelaars. Je moest lopend door de Westtunnel naar de voorkant van het station, van daar lopend naar het fietspad bij het reusachtige, toen nog gloednieuwe hotel aan de oostzijde van het station om onder het spoor door terug naar de IJ-oever te kunnen fietsen en daarlangs naar huis. Dat bedenk je toch allemaal niet!
Maak jouw eigen website met JouwWeb