VERSLAGEN: van een mislukt leven.
Herinneringen zijn gebeurde verzinsels.
Yackobes Chraduz - Albanees wijsgeer
GECOOSEN
Dagboekbewerkingen omtrent een ziekte.
2009
4
Donderdag 8 januari
Na een doorwaakte nacht - je kamergenoot had pijn, sliep daardoor slecht en daardoor ook jij - werd je tegen de ochtend weer beroerd. Opnieuw dreigde je weg te zakken. Je was nog wel in staat om de knop in te drukken voor een verpleegkundige. Ze kwam snel en ging meteen weer weg om er een dokter bij te halen. Ook die kwam snel. Zij draaide, evenals eerder de verpleegkundige op de uitslaapkamer had gedaan, een kraantje verder open. En ook nu voelde je daardoor al snel beter.
Herhaaldelijk kwamen er jongens en meisjes aan je bed die arts bleken te zijn, wat benadrukte dat je een oude kerel was geworden, en nu ook nog een oude kerel zonder prostaat! Na het ontbijt en het wassen werd een drain verwijderd. Eerst probeerde een verpleegkundige dat, maar het lukte haar niet; er moest een dokter aan te pas komen. Even de tanden op elkaar. Nog steeds weinig gevoel in je rechterbeen. Toch moest je opstaan. Twee verpleegkundigen ondersteunden je, maar je benen hielden je niet. Je was blij toen je weer lag. ’s Middags kwam vriendin A. op bezoek. Ze regelde een radio- en tv-aansluiting. Maar toen je ‘s avonds tv wilde kijken, werkte het niet. Je belde de patiënten service. Er kwam een dame met een nieuwe afstandsbediening. Dat bleek de oplossing. Je keek naar Inspecteur Morse.
Vrijdag 9 januari.
Het gevoel in je rechterbeen was nu vrijwel helemaal terug. Nog wel een tintelende rechterknie en tintelende voeten, alsof ze sliepen. De zaalarts kwam om half negen en was tevreden. Je had geen bloedtransfusie nodig, wat hij wel had overwogen, en straks kon de tweede drain eruit, waarna je weer moest proberen even op te staan.
Het verwijderen van de tweede drain ging goed, het opstaan niet. Je kon nog steeds niet op je benen staan. Je werd in een stoel gezet. Dat beviel je aanvankelijk wel, maar de verpleging vergat je en je viel in slaap. Je kamergenoot riep je wakker en zei dat je moest bellen, maar je kon niet bij de bel. Hij belde voor je. Een verpleegkundige kwam toegesneld en hielp je met veel verontschuldigingen terug in bed.
De verdere dag was je doodmoe. Toch probeerde je je voormalige chef bij de RAI, te bellen. Een tijdje geleden had je hem via de telefoon verteld wat er met je loos was en hij had je toen gevraagd hem op de hoogte te houden. Maar hij nam niet op. Je sprak in op zijn voicemail.
Het infuus werd verwijderd en de epidurale verdoving uit je rug gehaald. Verder moest je het met pillen doen. Die werkten goed. Weer even opstaan en zitten. Dat ging al beter, maar weer werd je door de verpleging vergeten. Je kamergenoot, die na een minder zware operatie mobieler was dan jij, hielp je terug in bed. Later kwam de verpleegkundige aanhollen en zag tot haar opluchting dat je al in bed lag. Weer erg moe. Je babbelde tegen heug en meug met je kamergenoot want die bleek daar behoefte aan te hebben.
Een uroloog kwam langs, ze was tevreden over je herstel tot dan toe en voor de rest was het afwachten. Je probeerde opnieuw je voormalige chef te bellen, kreeg bevriende telefoniste R. aan de lijn. Ze zei dat voormalige chef M. griep had en vroeg in welk ziekenhuis je lag. Volgens haar was je voormalige chef M. zo geschrokken van wat je hem had verteld, dat hij vergat te vragen naar welk ziekenhuis je zou gaan. Ze had je thuis proberen te bellen en was van plan in het weekeinde bij je langs te komen.
's Middags Y uit Lelystad op bezoek. Om vier uur in plaats van half vier. Ze had moeite gehad je te vinden. En ’s avonds kwam vriendin A., waarna je tot elf uur sliep. Daarna keek je naar Paul & Witteman en vervolgens naar De Dienstlift, een toneelstuk van de onlangs aan kanker overleden, door jou zeer bewonderde Harold Pinter.
Wordt vervolgd.
1
Donderdag 1 januari
Met het nieuwjaarsconcert uit Wenen op de achtergrond haalden vriendin A. en jij een nieuwe kast leeg. Jullie probeerden hem waterpas te krijgen, met een lichte verbetering tot gevolg, en ruimden hem daarna weer in.
Je zwager uit Alkmaar belde dat hij en je zus jullie om twee uur zouden komen ophalen. De familie komt op nieuwjaarsdag meestal samen bij je zus en zwager in Woerden. Vroeger was dat bij jullie ouders in IJmuiden en na het overlijden van jullie vader bij jullie moeder. Maar toen die dat in haar laatste jaren niet meer aankon en na haar overlijden, werd het meestal Woerden.
Jullie hadden op een later vertrek gerekend en hadden daardoor plotseling haast. Jij moest eerst nog naar het Barcelonaplein voor andere kleding. Je ging op de fiets. Gisteren, toen je daarop naar de Rapenburgerstraat wilde gaan, bleek hij tot je schrik niet in je berging te staan. Even dacht je dat hij was gestolen, totdat je opgelucht besefte dat hij nog bij vriendin A. in de berging stond.
Zus en zwager kwamen, na eerst vriendin A. te hebben opgehaald, pas om half drie bij je aan. Ze hadden geprobeerd je te bellen, maar je vaste telefoon deed het weer eens niet en het mobiele telefoonverkeer was verstoord. Een voorspoedige reis naar Woerden. Daar een grote opkomst van jouw familie en die van je Woerdense zwager. Het was er gezellig, maar toen je zus uit Breda opmerkte dat de operatie die je te wachten stond een fluitje van een cent was, kreeg je het gevoel dat ze vond dat je je niet moest aanstellen, en dat raakte je.
Bij achten terug. Zus en zwager brachten eerst jou naar huis en toen vriendin A., waarna ze doorreden naar Alkmaar. Je keek nog naar de film Zwartboek op de tv, vond hem simplistisch en ongeloofwaardig. Regisseur Paul Verhoeven is door zijn langdurig verblijf in de VS kennelijk stuitend veramerikaanst, of beter gezegd: verhollywoodst.
2
Vrijdag 2 januari.
Je schreef een brief aan zorgverzekeraar Menzis en verstuurde hem met een kopie van een brief van de RAI. Menzis rekende ten onrechte het tarief voor individueel verzekerden terwijl je door de RAI recht hield op een collectief tarief. Ook belde je provider Alice over de telkens terugkerende moeilijkheden met je telefoonverbinding. Een dame van de helpdesk beweerde dat die verholpen konden worden door de stroom even van de verdeler te halen. Dat deed je, maar het werkte niet.
Buurvrouw R. aan de intercom. Ze stond beneden bij de brievenbussen, had een van jou geleend nummer van HP/De Tijd per ongeluk in een verkeerde bus gegooid. Ze had daar al aangebeld maar er was kennelijk niemand thuis. Daar was vooralsnog niets aan te doen. Vriendin A. viste erdoor achter het net.
De stad in om de brief aan Menzis te posten en boxershorts te kopen bij C&A. Daarna bij vriendin A. langs, waar bleek dat je geen boxershorts maar gewone onderbroeken had gekocht. Zij zou morgen proberen shorts voor je te kopen, want die leken je makkelijker voor in het ziekenhuis.
Samen met vriendin A. naar de Spar om de hoek voor wat boodschappen. Toen je betaalde, zag je een mapje met postzegels in je tas en drong het tot je door dat je geen postzegels op de brief naar Menzis had geplakt. Lekker bezig. Afwachten maar.
Terug bij vriendin A. thuis bespraken jullie de opmerking van zus B. over je operatie. Jullie veronderstellen dat ze zich ongelukkig had uitgedrukt, dat ze je in feite had willen opbeuren. En thuisgekomen op het Barcelonaplein was er toevallig een voicemail van haar waarin ze haar verontschuldiging aanbood voor de opmerking. Achteraf was ze zich ervan bewust geworden dat die vreemd moest zijn overgekomen, terwijl ze je juist had willen geruststellen. Je schreef haar in een e-mail terug dat je blij was met haar uitleg en overtuigd van haar goede bedoeling.
’s Avonds keek je tv, naar Met het mes op tafel, naar Schrijvers op de waranda met Charlotte Mutsaers en naar Nova. Vriendin A. belde dat om half twaalf As it is in heaven zou worden uitgezonden, een film die eerder veel indruk op haar had gemaakt. Je had hem wel willen zien, maar viel om van de slaap en besloot toch maar naar bed te gaan.
Zaterdag 3 januari.
Je tuigde de kerstboom af en ruimde hem op. Dat deed je anders altijd op Driekoningen maar dit jaar zou je dan worden geopereerd. Na de kerstboom las je in Sartre’s Schemeroorlog; zijn gedurende de mobilisatie en oorlog aan Simone de Beauvoir geschreven brieven.
Vriendin A. belde vanuit de stad. Ze had boxershorts voor je gevonden, maar vond ze nogal prijzig. Later belde ze weer, er bleken twee shorts in de verpakking te zitten, waardoor de prijs meeviel.
Naar winkelcentrum Brazilië voor haring bij de Volendammer en boodschappen bij AH. Last van je keel en mond en hoofdpijn. Allemaal niet hevig maar hopelijk had neef M., die op nieuwjaarsdag grieperig was, je niet aangestoken, want dat kon je zo vlak voor een operatie nog minder gebruiken dan anders.
Vriendin A. kwam om half zes. De boxershorts hadden een gulp. Wel lekker luchtig. Jij kookte en jullie aten samen. Zonder wijn. Vriendin A. dronk die toch al vrijwel nooit en jij had besloten voor de operatie geen alcohol te gebruiken. Erna natuurlijk voorlopig ook niet. Op de verpleegafdeling van het OLVG zouden ze trouwens wel geen alcohol schenken.
Israël was na bombardementen aan een grondoffensief in de Gazastrook begonnen. Ellende! Je kon je wel voorstellen dat ze de voortdurende raketbeschietingen van Hamas beu waren, maar volgens jou loste een oorlog, weer een oorlog, helemaal niets op. Die veroorzaakte aan beide zijden alleen maar meer menselijk leed. En leed was er natuurlijk al, door de raketbeschietingen en bombardementen. Een gruwel. Je hoopte dat je familie gespaard zou blijven, dat er geen achterneven of nichten mee hoefden te doen. Een gesneuvelde achterneef was meer dan genoeg, dus te veel.
Zondag 4 januari.
Ontbijt en koffie met vriendin A. Daarna zocht je alvast wat kleding bij elkaar voor dinsdag en probeerde je muziek te laden op een MP3-speler die je voor je verjaardag van je Woerdense zus en zwager had gekregen. Maar het lukte je niet, ook niet na telefonisch advies van die twee. Je besloot dan maar je mobiele cd-speler mee naar het ziekenhuis te nemen. Die bleek het, na heel lang niet te zijn gebruikt, nog goed te doen.
Jullie wandelden naar de AH aan het begin van de Sarphatistraat voor een paar boodschappen en gingen toen achter Artis langs naar de Rapenburgerstraat, waar vriendin A. koffie en jij thee dronk. Daarna met de bus terug naar het Barcelonaplein, waar jij kookte, vriendin A. huishoudelijke karweitjes voor je deed en jullie samen aten. Na het eten het tv-journaal. In de Gazastrook werd zwaar gevochten. Wat konden jullie anders doen dan het hoofdschudden? Rond negen uur bracht je vriendin A. naar de bus. Je zou haar niet meer zien voor de operatie. Ze zou je nog wel bellen. Morgen moest je bloed laten prikken.
Maandag 5 januari.
Je liet een was draaien, deed je spullen voor het ziekenhuis in een tas, klungelde wat met de computer en ging na de koffie op de fiets naar het OLVG. Buiten was het koud en bij de bloedafname van het OLVG erg druk. Je moest een half uur of langer wachten. Gaf niet. Op de terugweg at je een broodje haring in winkelcentrum Brazilië.
Thuis streek je kleding, las je in Schemeroorlog, viel je in slaap op de bank en werd je gewekt door de telefoon. Een verpleegkundige van het OLVG vroeg of je al wist dat je morgen als eerste aan de beurt was? Nee, dat wist je niet. Om acht uur zou worden begonnen met opereren. Als je er niet voor koos ’s avonds al naar het ziekenhuis te gaan, leek het haar verstandig morgenochtend om uiterlijk zeven uur aanwezig te zijn. Aan jou de keus. Je besloot morgenochtend vroeg te komen. Met de eerste bus zou het krap worden, maar de tram vertrok wat vroeger van het Azartplein, en je kon natuurlijk ook een taxi bellen.
Een voicemail via de computer. Een stem die je naam noemde. Te oordelen naar de manier waarop die werd uitgesproken was het een familielid uit Israël, maar je kon niet beoordelen of het een man of een vrouw was.
Je las in Rand van Jan Kjaerstad, kookte, at, ruimde op en deed nog het een en ander in de tas voor morgen. Verscheidene mensen belden om je sterkte te wensen. Dat wenste je jezelf ook. Vriendin A. zou morgenavond naar het ziekenhuis komen. Geen idee of je dan al aanspreekbaar was. En waarschijnlijk zou je de komende dagen niet in staat zijn in je dagboek te schrijven. Vroeg naar bed.
3
Dinsdag 6 januari (Driekoningen).
Toch nog tijd voor je dagboek. Je stond om vijf uur op. Een vertrouwde tijd. Als je ochtenddienst had in de RAI moest je ook zo vroeg op. Je liep naar het Azartplein, haalde de tram van twee minuten vóór zes uur en was al om kwart over zes in het OLVG: afdeling C4 kamer 6. De verpleegkundige was verbaasd door je vroege komst. Je had het inderdaad wel wat rustiger aan kunnen doen. Alle tijd om je spullen uit te pakken en op te bergen. En om in je dagboek te schrijven. De verpleegkundige kwam tijdschriften voor je brengen, maar zag dat het niet nodig was doordat je zat te schrijven. Toch aardig. Je vroeg haar of vriendin A. op de hoogte zou worden gehouden. Ze beloofde dat die zou worden gebeld als je op de uitslaapkamer lag. Wachten op wat komen ging. Geestelijk had je de afgelopen tijd in vakjes verdeeld. Je had je geconcentreerd op wat je te doen stond en je zo weinig mogelijk beziggehouden met wat je te wachten stond. Nu was je er klaar voor.
Woensdag 7 januari.
Gisterochtend, nadat je in je dagboek had geschreven, moest je je uitkleden, je in een ziekenhuishemd hullen en op een bed gaan liggen. Wat later kreeg je een kalmerend middel toegediend en werd je op het bed naar een operatiezaal gereden. Per definitie geen gezellig vertrek, maar de chirurg en zijn medewerkers wensten je vriendelijk goedemorgen, wat je niet zonder eigen belang terugkaatste.
Ze hevelden je over naar de operatietafel en je kreeg een ruggenprik, waardoor je even onwel werd. Je zweette als een Japanse bokser. Maar kort daarna had je nergens meer last van. Er werd een laken gespannen om je het zicht op de operatie te ontnemen. De chirurg vroeg of iedereen er klaar voor was en zei toen dat kennelijk het geval was: ‘Daar gaan we dan!’ Je hoorde iets zoemen en had een vermoeden van snijden, onderging het als een droom, maar een nachtmerrie was het niet.
De anesthesist zat achter je. Hij had gezegd dat je hem moest waarschuwen als er iets was. Op een gegeven moment begon je te hikken. De chirurg had daar last van en waarschuwde de anesthesist. Die vroeg wat er was. Het drong tot je door dat je de operatie was gaan voelen en dat zei je. Hij gaf je meer verdoving en informeerde of het werkte. Dat was het geval. De chirurg hervatte zijn bezigheden nadat hij je vanachter het laken bemoedigend had gezegd dat het niet lang meer zou duren. Gelukkig, je begon er genoeg van te krijgen, had je er toch al niet zo op verheugd.
Toen ze ruim drie uur met je bezig waren geweest, werd het laken verwijderd en hevelden ze je met vereende krachten van de operatietafel terug naar het bed. Je bedankte de dames en heren. Ze wensten je sterkte en je werd naar de uitslaapkamer gereden. De recovery room in het Latijn van deze tijd. Pas als het gevoel zou zijn teruggekeerd mocht je naar de verpleegafdeling. Maar dat bleek een probleem: het gevoel in je benen wilde maar niet terugkeren. Iedereen die na jou was geopereerd, kon daar eerder weg dan jij
Een verpleegkundige vertelde dat vriendin A. was gebeld en dat ze vanavond op bezoek zou komen. De chirurg kwam langs om te vertellen dat de operatie technisch was geslaagd. Je nam het voor kennisgeving aan; wat moest je anders?
Later dreigde je weg te zakken. Een verpleegkundige merkte dat kennelijk op en vroeg hoe het met je ging. Je mompelde dat je je beroerd voelde. Hij draaide een kraantje verder open en hield je een tijdje in de gaten, Al snel ging het toen beter.
De anesthesist kwam langs en zei dat er geen reden tot zorg was, dat het gevoel in je benen beslist terug zou keren. Hij belde naast je bed zijn opvolger om hem in te lichten, zei ook tegen hem dat er geen reden tot zorg was, dat hij het hem alleen uit voorzorg even liet weten.
Op het laatst lag je daar vrijwel alleen. Een verpleegkundige vroeg of je honger had. Inderdaad, nu ze het vroeg: je had honger. Ze gaf je wat rijstkoeken van haarzelf, waarvoor je haar dankbaar was. Je vertelde haar dat je vriendin naar het avondbezoek zou komen, maar dat ze je niet op de verpleegafdeling zou aantreffen. Ze belde naar de verpleegafdeling om te zeggen dat vriendin A. naar de uitslaapkamer mocht worden gestuurd.
Toen zij verscheen, zag je de spanning op haar gezicht. Maar dat trok snel bij. Ze had verwacht dat ze je buiten westen zou aantreffen - wat na een ruggenprik niet het geval is - en ze had nogal moeten zoeken naar de uitslaapkamer, had door een bordje met Alleen toegang voor personeel niet verder durven gaan. Gelukkig trof ze toen iemand die wist dat ze zou komen en haar de weg wees.
Tijdens haar aanwezigheid kwam het gevoel in je benen een beetje terug. Je meldde dat en werd, gevolgd door vriendin A. met alle toeters en bellen aan en in je lichaam naar de verpleegafdeling gereden. Op de kamer daar lag nu een Marokkaanse man omringd door familieleden. Vriendin A. bleef nog een tijdje bij je zitten. Maar je had weinig praatjes, was moe en had honger. Toen ze vertrokken was, vroeg je een verpleegkundige of je een paar boterhammen kon krijgen. Dat kon. Je kreeg ze met jam erop en thee erbij. Zelden smaakte brood en thee je zo goed. Je had negen uur op die uitslaapkamer gelegen.
Wordt vervolgd.
Maak jouw eigen website met JouwWeb