VERSLAGEN: van een mislukt leven.

 

Herinneringen zijn gebeurde verzinsels.

Yackobes Chraduz - Albanees wijsgeer

 

GECOOSEN

Dagboekbewerkingen omtrent een ziekte.

2008

8

Maandag 29 december.

 

De sterfdag van je moeder, vier jaar geleden. Telefoongesprekken met zorgverzekeraar Menzis en met je huisarts. Je probeerde ook tante A. in IJmuiden te bellen, wilde haar vragen hoe het met haar ging, maar zij nam niet op.

Telefoon uit Israël. Neef N., die je mede namens zijn vriend E. en de hele misjpoge sterkte wenste. Hij had eerst naar Alkmaar gebeld en van je zus daar gehoord wat er met je aan de hand was. Later belde je zwager uit die stad om mede namens je zus te vragen of jullie ondanks alles naar IJmuiden zouden gaan, waar je de sterfdag van je moeder met een maaltijd placht te herdenken in restaurant De kop van de Haven op, inderdaad, de kop van de haven.

Je had daar natuurlijk al eerder over nagedacht maar een beslissing voor je uitgeschoven. Nu besloot je toch ook deze keer maar te gaan. Jullie spraken af elkaar rond zes uur in het restaurant te zullen treffen. Daarna probeerde je vriendin A. te bellen om te vragen of zij ook meeging, maar ze nam niet op. Toen je haar later wel aan de lijn kreeg, bleek ze het te veel te vinden. Dat kon je wel begrijpen, maar het stelde je toch teleur, wat je niet liet blijken.

Je nam de draagvleugelboot van vier uur. Nadat je via de automaat een kaartje had gekocht, liep je hard maar toch voorzichtig over de door aangevroren vocht gladde steiger naar de klaar liggende boot. Een bemanningslid zag het en maande je met handgebaren tot kalmte, waaraan je lachend gehoorzaamde. ‘Het is glad man en je hebt nog vier minuten,’ zei hij toen je bij hem was. Je gaf hem gelijk. Hij vroeg hoe je een kaartje had gekocht. Via de automaat natuurlijk. Of je dan had kunnen pinnen? Geen probleem. Oh, hij had bericht gekregen dat de automaten eruit lagen. Niets van gemerkt. ‘Automaten,’ gromde hij schouderophalend. Je knikte en ging aan boord. Na korte tijd werd er losgegooid en vertrokken. Er scheen een rode, lage zon door een nevel van kou boven het IJ, het Noordzeekanaal, de havens, polders en IJmuiden: prachtig.

Toen er werd aangemeerd zag je tot je ergernis de bus richting Oud - IJmuiden voorbijrijden. Boot en bus waren allebei van Connexxion maar op elkaar afstemmen, ho maar! Je wachtte op een bus van een andere lijn, die je wel een eind op weg zou brengen, maar waarna je toch nog een flink stuk zou moeten lopen.

Die bus was te laat, waardoor je dacht dat hij niet zou komen en besloot dan maar helemaal te gaan lopen. Maar net op pad, zag je hem toch nog aankomen en rende je terug. De bestuurder zag het en wachtte op je. Hij meldde dat de middendeuren kapot waren, dat je straks ook via de voordeur moest uitstappen.

Dat deed je bij de Zwaanstraat. Je liep langs onder andere de oude begraafplaats en daalde via de verparkte duinwal - die het woongebied scheidt van het havengebied, een van de weinige overblijfselen van De Breesaap, een duingebied dat naar verluidt voor het graven van het Noordzeekanaal en het ontstaan van IJmuiden en de industrie, heel bijzonder moet zijn geweest - af naar de Visserhaven in de diepte.

De bus naar Oud - IJmuiden bleek je ook daar te hebben gemist. Je liep achter de vishallen langs naar het Stationsplein dat al jaren geen stationsplein meer is, ging de trap op naar de Bik en Arnoldkade, naar de hoek waarop je opa en oma ooit hun bakkerij en winkel hadden en waar je vader is opgegroeid. Maar de oude bebouwing is daar gesloopt, er staan nu jaren zestig flats.

Van daar liep je achter hotel Augusta langs, dat wegens kerstvakantie was gesloten, door een al sinds de Tweede Wereldoorlog grotendeels braakliggend Oud-IJmuiden naar de kop van de haven.

De directeur van het Witte theater in IJmuiden, die ook een woning heeft in Amsterdam, in hetzelfde complex als vriendin A., vertelde je tijdens een nazomers buurtfeest dat het oude IJmuiden weer helemaal volgens het oorspronkelijke stratenplan zal worden opgebouwd. Na de verwoesting in de Tweede Wereldoorlog had men het daar laten verworden tot een onbestemd gebied met kleine, onduidelijke bedrijfjes in vervallen panden en lelijke loodsen. Slechts de vroegere bioscoop Thalia - ooit de Oudkatholieke kerk - hotel Augusta en hier en daar wat verwaarloosde huizen, waaronder het geboortehuis van je vader in de Prins Hendrikstraat, waren blijven staan. Die loodsen en huizen waren nu vrijwel allemaal gesloopt. Het gerenoveerde Thalia Theateren hotel Augusta floreerden er eenzaam in afwachting van de wederopbouw.

Om twintig over vijf bereikte je de kop van de haven en het gelijknamige restaurant daar. Je bestelde een glas rode wijn en liet weten op anderen te wachten voor een maaltijd. Aanvankelijk was het er rustig, later werd het drukker. De schemering ging over in duisternis. De lichten van de hoogovens en het haven- en sluizencomplex boden als altijd een feeëriek uitzicht en soms schoven er ook de lichten van schepen voorbij. Maar je begon je zoals vaak in IJmuiden eenzaam te voelen. Waar niet trouwens?

Zus en zwager kwamen precies om zes uur aan en verdienden daarvoor een stiptheidsprijs. De stemming was van begin af aan goed. Dat was de prijs, en die viel dus ook jou ten deel. Jullie praatten over de wederzijdse overleden ouders. En ook jouw toestand kwam ter sprake. Ondertussen deden jullie je te goed aan wijn en vis.

Om kwart voor acht reden zus en zwager je terug naar de bootsteiger aan het Pontplein in Velsen. Je haalde nog net de boot van acht uur. Weliswaar ging er over een halfuur weer een, maar het was toch prettiger niet in de kou te hoeven wachten. Je was trouwens de enige passagier. In Amsterdam nam je voor het CS de bus naar het Barcelonaplein. Thuis lag de glasvezelverbinding eruit, waardoor de telefoon en het internet het niet deden. Je keek nog wat tv, die geen glasvezelverbinding nodig had, en ging vroeg naar bed. ’s Nachts werd je erg misselijk. Geen idee waarvan of waardoor.

 

Wordt vervolgd.

 

1

Na zes weken vakantie ging je op 1 december 2008 officieel met pensioen. Vrijdag 28 november was er eerst een afscheidsreceptie in de RAI en daarna een diner met zo’n twintig collega’s in een nabij gelegen brasserie. Je had gedacht dat het je allemaal niet veel zou doen, maar dat viel tegen: of mee, het is maar hoe je het bekijkt.

 

Het schrijven kwam voor jou altijd op de eerste plaats, maar omdat je daarvan niet kon leven, werkte je bijna twintig jaar als receptionist in het congrescentrum van Amsterdam RAI, wat je als een noodzakelijke ventweg beschouwde die je strikt gescheiden probeerde te houden van de hoofdweg. Maar hoezeer je jezelf daarmee al die tijd voor de gek had gehouden, bleek toen je kort voor je afscheid je roman Een pijnboom in het ruim/Dubrovnik mijn liefde publiceerde. De belangstelling van veel collega’s, de vermelding op Raicom en niet op de laatste plaats de aanschaf van het boek door veel van je collega’s sprak boekdelen. Toch dacht je die scheiding vol te kunnen houden door vriendin A. niet mee te vragen voor de afscheidsreceptie en het erop volgende diner. Maar toen een dame van personeelszaken vroeg waarom je vriendin er niet bij was, kreeg je daar spijt van. Hoe wist ze trouwens dat je een vriendin had?

 

Veel goede wensen: blijf gezond, ga genieten, en ook geraniums waar je al dan niet achter kon gaan zitten bleven niet onvermeld. Je hebt niets tegen geraniums en ook niet tegen het er achter zitten, maar dat was je niet van plan, je wilde juist in volle vaart doorgaan op de hoofdweg. Vooralsnog was je echter uitgeput, en wel zodanig dat je besloot je huisarts te raadplegen. Die raadde je aan weer eens bloed te laten prikken. Dat had ze je ruim een jaar geleden ook al eens aangeraden. Ze achtte het van belang dat iemand van jouw leeftijd dat regelmatig liet doen. Het ergerde je, kennelijk vond ze je oud en beschouwde ze dat als een ziekte.

 

Maar zonder je ergernis te laten blijken volgde je haar raad op, want ze was een goede en erg aardige huisarts. Na een week belde je voor de uitslag. Ze vertelde dat je PSA waarde nog net onder de kritische grens lag. Dat nam je voor kennisgeving aan, vroeg niet wat het betekende en haar dringend advies om over niet al te lange tijd, bijvoorbeeld over een half jaar, nog eens bloed te laten prikken, zegde je toe zonder het echt van plan te zijn. Natuurlijk had je haar moeten vragen waar dat verhoogde PSA op kon duiden. Misschien ook had ze je dat ongevraagd duidelijk moeten maken? Maar dan was jij je zorgen gaan maken over iets waar je vooralsnog niets mee kon. En waarschijnlijk dacht zij dat je, omdat je er niet naar vroeg, wel zo ongeveer wist wat het kon betekenen.

 

Toen ze je dus na ruim een jaar opnieuw aanraadde bloed te laten prikken, veel later dan ze had voorgesteld, deed je dat toch maar weer en opnieuw belde je na een week voor de uitslag. De assistent zei dat ze bezig was maar dat ze terug zou bellen. Dat gebeurde echter niet. Je belde nogmaals. Ze zei dat ze je wel degelijk had proberen te bellen maar geen gehoor had gekregen. Dat kon want kort daarvoor was je van provider veranderd en sindsdien deed je vaste telefoon het soms niet, en het nummer van je mobieltje had ze niet. Ze was blij dat je zelf belde en verzocht je zo spoedig mogelijk bij haar langs te komen voor een gesprek. Dat had je te denken moeten geven, maar je kon je niet voorstellen dat het om iets ernstigs ging, maakte je geen zorgen. Hoe naïef kan een mens zijn! Het PSA/ Prostaat Specifiek Antigeen in je bloed was in een jaar tijd gestegen van 3,7 naar 8,9. Dat wees op een prostaataandoening, een ontsteking, een onschuldige vergroting of kanker. Ging dat over jou? Kennelijk wel en kennelijk was het ernst, want ze regelde meteen een afspraak voor je met het Onze lieve Vrouwe Gasthuis. Dinsdag 2 december kon je terecht in het toenmalige Prinsengracht ziekenhuis, dat bij het OLVG hoorde. Daar werd een inwendig onderzoek en het nemen van biopten uit de prostaat voorgesteld. Nou, dat moest dan maar. Het werd gedaan op 9 december, was onaangenaam maar niet meer dan dat.

 

Dinsdag 16 december kreeg je de uitslag, ook in het Prinsengracht ziekenhuis. Er waren acht biopten genomen en in twee daarvan, links uit de prostaat, zaten kankercellen. Versteend hoorde je de vrouwelijke uroloog aan. Je kon je laten bestralen of opereren zei ze en noemde de voor- en nadelen van een en ander, die voor beide behandelingen ongeveer op hetzelfde neerkwamen. Je moest er maar eens rustig over nadenken. Er werd een nieuwe afspraak gemaakt en je kreeg een folder mee over prostaatkanker mee.

 

Weer buiten leek de Prinsengracht je zo’n onheilspellend schilderij van Willink geworden. Je belde vriendin A. met je mobieltje om haar op de hoogte te stellen. Zij had haar zus en zwager uit Canada te logeren en was ziek, had griep en voelde zich er door jouw nieuws waarschijnlijk niet beter op. Je ging bij haar langs, zag je de Canadezen ook weer eens. Maar een feestelijk bezoek werd het natuurlijk niet. Dramatisch verliep het echter toch ook weer niet. En nadat de Canadezen waren vertrokken voor een visite aan vrienden, spraken vriendin A. en jij nog een tijdje rustig over haar griep en jouw kanker voordat je afdroop naar het Barcelonaplein.

 

’s Avond was er een buurtbijeenkomst over de herinrichting van dat plein. Je had je eerder voorgenomen die bij te wonen en besloot dat als afleiding toch maar door te zetten. Het lukte je daar aardig bij de les te blijven. Maar af en toe leek je toch in een ravijn te staren.

 

2

 

Donderdag 18 december

 

Een afspraak in het OLVG om tot een besluit te komen over de te volgen behandeling. Door de meegekregen folder en informatie op het internet had je een voorkeur gekregen voor opereren. Bestralen kwam je als half werk voor. Dat zei je ook tegen de uroloog. Ze noteerde het en vertelde dat ze in het OLVG alleen ‘gewone’ operaties deden. Voor een zogenaamde kijkoperatie zou je in Amsterdam naar het AMC of het VU-ziekenhuis moeten, maar daarvoor waren lange wachttijden. Een kijkoperatie in Den Bosch of Rotterdam behoorde ook tot de mogelijkheden, in de laatste stad zelfs via een robot, maar je wilde graag in Amsterdam blijven en volgens de uroloog waren de resultaten van kijkoperaties niet aantoonbaar beter dan die van de gewone operaties.

 

Een invoelende hoofdverpleegkundige nam daarna alles wat van belang was met je door. Zij en de uroloog hielden je van 13.30 tot 17.00 uur bezig. Op 24 december zou je een onderhoud met een anesthesist krijgen en de operatie werd bepaald op 6 januari 2009. Voor die datum zou je twee keer bloed moeten laten aftappen voor het geval dat... Waarschijnlijk zou je tien dagen in het ziekenhuis moeten blijven en daarna zou je, afgezien van de mogelijke, soms blijvende gevolgen als impotentie en urine-incontinentie, er waarschijnlijk nog zo’n half jaar mee zoet of beter zuur zijn. Wie dan leefde, wie dan zorgde, eerst maar eens je verjaardag vieren.

 

3

Zaterdag 20 december

 

Naar IJmuiden. De dag ervoor dreigde een verkoudheid. Het bleek loos alarm te zijn, maar nu had je een onverklaarbare pijn in je linkerzij. Desalniettemin ging je op weg, eerst met de tram naar het busstation van Connexxion op de hoek Marnixstraat/Elandsgracht. Bij het uitstappen bleek vriendin A. in dezelfde tram te hebben gezeten. Ze was redelijk hersteld van haar griep. Jullie hadden je voorgenomen de bus van 15.28 uur te nemen maar haalden die van 15.05 uur nog. Door het westelijk havengebied en langs het Noordzeekanaal reden jullie naar IJmuiden, waar op plein 1945 overgestapt moest worden op een bus die door de Oranjestraat langs hotel Augusta voerde.

 

Dat hotel is honderd jaar oud en een begrip in IJmuiden. Je grootouders dreven er ooit vlakbij, op de Bick en Arnoldkade, een bakkerij en winkel. Je vader is daar opgegroeid en er niet ver vandaan, in de Prins Hendrikstraat, geboren. In in de jaren negentig van de vorige eeuw kwamen de ouderen van je familie regelmatig bijeen in het restaurant van het hotel om er tijdens een diner bij te praten. Het is door de huidige eigenaren na een grondige restauratie aan een nieuw leven begonnen, evenals het ook in hun bezit zijnde Thalia Theater om de hoek, waar jij ooit je eerste films zag.

 

Jullie kregen een kamer op de derde verdieping. Geen lift, sjouwen dus, maar de kamer was ruim en mooi. Van buiten kwamen de door je jeugd vertrouwde geluiden van wind en meeuwen. Jullie installeerden je en gingen daarna beneden in de bar iets drinken. Terug op de kamer lazen en rustten jullie wat uit en werkte jij je dagboek bij tot het tijd was om te gaan eten in het sfeervolle restaurant. Jullie kregen er een maaltijd voorgeschoteld die vertrouwen schonk voor het diner met de familie morgen.

 

Weer boven keken Jullie voor het slapengaan nog wat tv. De pijn in je zij was tijdens het eten afgenomen, misschien door de wijn. De volgende ochtend wilden jullie een dienst bijwonen in de kerk van je jeugd, de Oudkatholieke H. Engelmunduskerk, een lang gekoesterde wens van je.

 

4

Zondag 21 december.

 

Goed geslapen. Vriendin A. stond na jou op. Zij had veel wakker gelegen maar voelde zich toch wel goed. Jullie waren de enige gasten in de ontbijtzaal. Waarschijnlijk omdat jullie er vanwege het voorgenomen kerkbezoek vroeg waren op zondag. Na het ontbijt nog even naar boven, klaarmaken voor vertrek. Daarna door een stil en kil IJmuiden naar de kerk aan de Wilhelminakade, met uitzicht op de Vissershaven. Jullie waren vroeg, te vroeg, drentelden nog wat rond voor het binnengaan. Op het gemoderniseerde altaar na was er binnen niets veranderd. Er druppelden zo’n zestig mensen binnen die verspreid gingen zitten: wat een leegte, wat een verschil met vroeger!

 

De kerk en de dienst riepen veel herinneringen bij je op. Na afloop maakte je een praatje met de pastoor, die naar zijn naam en accent te oordelen van Duitse afkomst was. Hij had vriendin A. en jou direct als onbekenden gesignaleerd. Toen je hem het een en ander over jezelf had verteld, bleek hij je verrassend veel over bekenden van vroeger te kunnen vertellen.

 

Via een uitgestorven Kennemerlaan op zoek naar een eetgelegenheid voor de lunch. Alles bleek gesloten op een snackbar op het Marktplein na, waar jullie koffie en broodjes namen. Daarna was het buiten drukker geworden. Er bleek er een koopzondag voor de kerst te zijn. Jullie snuffelen rond in een boekhandel, schaften er het een en ander aan, liepen een eind door de Lange Nieuwstraat, struinden door de Hema en gingen kriskras door IJmuiden naar het Zee- & Havenmuseum, De Visserijschool, waar jij je nu beter thuis voelde dan vroeger. Jullie bekeken er het een en ander en dronken er thee. Omdat Vriendin A., nog maar net hersteld van de griep, vermoeid was geraakt, gingen jullie vervolgens rechtstreeks terug naar het hotel. Vriendin A. om te rusten en jij om te lezen en te schrijven. Daarna maakten jullie je in orde voor de borrel en het diner. Beneden in de bar bleken al je middelste zuster en haar man, dochter en jongste zoon te zitten. Ze waren vroeg uit hun woonplaats Breda vertrokken om eerst met hun honden, die ze in de auto hadden achtergelaten, een strandwandeling te maken.

 

Je oudste zuster belde en vertelde iets over tante A. Het werd je door een slechte verbinding niet duidelijk wat er aan de hand was. Zij en haar man zouden tante A. ophalen, de tachtigjarige in IJmuiden wonende zuster van wijlen je vader. Maar in het hotel aangekomen, vertelden ze dat tante tijdens het stofzuigen met haar hoofd zo hard tegen een schemerlamp was gestoten dat ze helaas niet kon komen. Vriendin A. en jij besloten morgen even bij haar langs te gaan.

 

Toen je jongste zuster en haar man uit Woerden met hun zonen en de vriendin van de oudste zoon ook waren aangekomen, was het wachten alleen nog op de oudste zoon van je zus en zwager uit Breda met zijn vrouw en dochtertje, die sinds kort ook in Alkmaar woonden. In afwachting van hun komst, kreeg je alvast cadeaus en hield je jongste zus een lieve toespraak. Emotioneel als je was door de omstandigheden, moest je erdoor vechten tegen tranen, wat hopelijk niemand merkte, want je houdt niet zo van dat natte gedoe.

 

Ontbrekende neef en zijn vrouw en dochtertje bleven maar weg en waren telefonisch niet bereikbaar. Uiteindelijk kwam hij alleen, zijn vrouw en dochtertje hadden griep. Dus twee volwassenen en een kind lieten verstek gaan. Maar het diner werd een succes, dankzij het restaurant en je familie. Nadat die was vertrokken, praatten vriendin A en jij tevreden nog wat na met een drankje.

 

5

Maandag 22 december.

Je echte verjaardag. Na het ontbijt terug op de kamer, kreeg je van vriendin A. je verjaardagscadeaus, onder meer de gedichtenbundel Vallende Stilte van Gerrit Kouwenaar, waar je erg blij mee was.

Zwager J. uit Alkmaar zou om 11.00 uur komen om jullie naar Amsterdam te rijden, want met het openbaar konden jullie onmogelijk alle cadeaus meenemen. Het plan was eerst even bij tante A. langs te gaan. Maar toen je haar belde, zei ze zich niet in staat te voelen jullie te ontvangen. Volgens haar had ze vier blauwe ogen, twee van zichzelf en twee door het ongeluk. Daarbij had ze slecht geslapen doordat haar zoon haar van de huisarts om de twee uur wakker had moeten bellen om te controleren of er met de bloeduitstortingen niets misging.

Zwager J. kwam stipt om elf uur. Jullie laadden de cadeaus in, reden naar Amsterdam en dronken koffie in je woning aan het Barcelonaplein. Daarna bracht zwager J. vriendin A. naar de Rapenburgerstraat en ging vervolgens terug naar Alkmaar. Vriendin A. kwam later weer naar je toe om je gezelschap te houden op je echte verjaardag. Ook kreeg je diverse telefoontjes en mailtjes met felicitaties en medeleven.

Dinsdag 23 december.

Een formulier ingevuld voor de anesthesist. Buiten trok een mist op en brak de zon door. Je waste wat kleding en las een paar uur in Schemeroorlog/Les carnets de la drôle de querre van Jean Paul Sartre. Daarna ging je de stad in, eerst naar het buurtwinkelcentrum Brazilië voor haring, toen met de tram naar de Kinkerbuurt. Op de Ten Katemarkt kocht je een paar sloffen, nee pantoffels, voor in het ziekenhuis à € 6, -. Je dronk een warme chocolademelk in café Alverna aan het Kwakersplein en at een Berlinerbol bij een kraam in de Kinkerstraat, op de brug over de Bilderdijkgracht. Je liep naar het Leidseplein en nam daar de tram terug naar huis. Redelijk in evenwicht.

6

Woensdag 24 december.

 

Om zeven uur op, want je moest om 9.00 uur in het OLVG zijn. Je fietste erheen. Eerst een gesprek met een verpleegkundige, daarna met een anesthesist. Je zou worden verdoofd met een ruggenprik en een beetje aanvullende verdoving. Als tijdens de operatie zou blijken dat er meer nodig was, zou je dat natuurlijk krijgen. De anesthesist las je medische gegevens door en merkte op: ‘Een erg gezonde man met prostaatkanker.’ Er werd ook nog een hartfilmpje gemaakt. Geen bijzonderheden.

Thuis plaatste je de kerstboom en tuigde hem op. Al jaren hetzelfde kunstkerstboompje dat ooit in de aanbieding was bij de HEMA in winkelcentrum de Amsterdamse Poort in de Bijlmer, waar je toen woonde. Je zou niet thuis zijn met de kerst, zou de eerste kerstdag bij vriendin A zijn en de tweede kerstdag zouden jullie samen meerijden met je zus en zwager uit Alkmaar naar Breda voor een kerstdiner met vrijwel de hele misjpoge. Maar door het plaatsen en optuigen van die kerstboom bewees je jezelf, voor je gevoel, dat je je niet klein liet krijgen. En tijdens die bezigheid kwam het je voor dat Driekoningen - toen je de boom en spullen opborg na de vorige kerst - pas een maand of twee geleden was: het bekende verschijnsel dat met het ouder worden de tijd steeds sneller lijkt te gaan.

Die kerstspullen kreeg je zo’n dertig jaar geleden van je jongste zuster. Je had nooit een kerstboom gehad, maar in de eenzame tijd na het vertrek van M. vond zus J. dat ze wat sfeer in je leven moest brengen. Je woonde toen dus nog in de Bijlmer. Met een vriendin kwam ze daar na een telefoontje bij je langs. De dames hadden de grootste lol omdat ze de versiering van een handelaar hadden gekregen als beloning voor het optuigen van een kerstboom die als reclame voor zijn zaak moest dienen. En na die generale repetitie deden ze dat ook voor jou, brachten ze licht en vrolijkheid in die zo sombere tijd.

Toen de boom ook deze keer weer opgetuigd stond te pronken, ging je naar vriendin A. om bij haar te eten en samen naar de kerstavonddienst in de Keizersgrachtkerk te gaan, waarna je de verdere kerstavond en nacht bij haar in de Rapenburgerstraat bleef. Eerste kerstdag keken jullie naar de kerstdienst en het Urbi et Orbi vanuit Rome. Daarna gingen jullie naar het Barcelonaplein, waar jij wat huishoudelijk werk te doen had. Tegen de avond keerden jullie weer terug naar de Rapenburgerstraat.

Tweede kerstdag, na het ontbijt en de koffie, opnieuw naar het Barcelonaplein – dit keer alleen, om je te kleden voor het kerstdiner bij je zus en zwager in Breda. Je zus en zwager uit Alkmaar zouden eerst vriendin A. ophalen in de Rapenburgerstraat en dan jou van het Barcelonaplein. Daar kwamen ze om half twee aan. Door files waren jullie bijna twee uur onderweg naar Breda. Iedereen was er al toen jullie aankwamen. Praten, drinken, eten. De jongeren vermaakten zich luidruchtig, de ouderen ingetogen. Maar de ouderen hielden het langer vol, de jongeren vielen geleidelijk uitgeblust stil.

Je zus uit Alkmaar wilde niet te laat terug. Vriendin A. en jij trouwens ook niet. Zus en zwager uit Woerden hadden op jouw verzoek een televisietoestel, dat van je moeder was geweest en bij hen op de zolder stond, voor je meegenomen omdat jouw tv kuren vertoonde. Jullie laadden het toestel, een zwaar bakbeest, over en vertrokken om ± 21.00 uur. Een voorspoedige terugreis. De drukte was geweken. Zwager J. en jij brachten het tv-toestel met vereende krachten naar je woning. Niet goed voor de ruggen. Daarna gingen zus en zwager door naar Alkmaar en brachten vriendin A. en jij de avond en nacht verder samen op het Barcelonaplein door. Toen zij naar bed was luisterde jij nog naar het radioprogramma Met het oog op morgen alvorens ook te gaan slapen.

 

7

Zaterdag 27 december.

 

Tijdens de koffie bespraken jullie het een en ander met betrekking tot je ziekenhuisopname. Daarna maakte vriendin A. telefonisch een afspraak met haar vriendin N. om mee te rijden naar Noordwijk, waar de traditionele eindejaarsbijeenkomst zou zijn van de Fortmanngroep, een religieus georiënteerde vriendendiscussiegroep waarvan zij al jaren deel van uitmaakt.

Die groep ontstond ooit in de Bijlmer, waar toen nog vrijwel alle leden woonden. Later zijn de meeste leden uitgezwermd maar de groep grotendeels trouw gebleven. In de loop der jaren zijn het vooral goede vrienden geworden en worden sommige bijeenkomsten, zoals de eindejaarsbijeenkomsten en verjaardagen, vooral voor de gezelligheid gehouden. Sinds jij met vriendin A. bent, ga je soms mee naar die laatste soort bijeenkomsten, zoals ook deze keer.

Om kwart over vijf zouden jullie door de vriendin worden opgepikt bij station Duivendrecht. Eerst wandelden jullie nog langs de kaden van het KNSM-eiland. Daarna gingen jullie met de bus naar de Rapenburgerstraat voor een tussenstop in vriendin A’s woning, waarna jullie de metro naar station Duivendrecht namen. De vriendin en jullie waren daar op tijd en hadden een vlotte rit naar Noordwijk.

Je vertelde over je ziekte en wat je te wachten stond. Telkens als je dat ergens deed, drong het in volle omvang tot je door. Maar verzwijgen was nauwelijks een optie, men zou het toch wel te weten komen. En daar in Noordwijk stond het de genoeglijke sfeer van de bijeenkomst verder niet in de weg.

Omstreeks 22.00 uur stapten jullie op. In Amsterdam zette vriendin N. jullie af bij het Amstelstation. Met de metro gingen jullie naar het Waterlooplein en van daar lopend naar vriendin A.’s woning. Jullie dronken nog wat, keken tv, en plotseling werd je toestand van een heuvel tot een berg. Jullie praatten erover. Het werd daardoor laat, maar het bracht je tot rust. Gesprekken erover met vriendin A. hadden, evenals die met doktoren en in tegenstelling tot die met anderen, een kalmerende werking op je.

 

Wordt vervolgd.

 

 

Maak jouw eigen website met JouwWeb