VERSLAGEN: van een mislukt leven.
Herinneringen zijn gebeurde verzinsels.
Yackobes Chraduz - Albanees wijsgeer
GECOOSEN
Dagboekbewerkingen omtrent een ziekte.
2011
1
Dinsdag 7 juni.
Omdat het OLVG niets meer van zich liet horen, belde je zelf en vertelde aan een dame van de afdeling urologie wat je dwars zat. Ze begreep niet wat er fout was gegaan en stelde voor een afspraak te maken. Dat deden jullie.
Je mailde vriendin A., schafte de roman De kaart en het gebied van Michel Houellebecq aan als e-book en zette hem op je e-reader.
Veel positieve facebook-reacties op een foto van jou, genomen door vriendin A., op een zonnige heuvelflank in Pego, Spanje, bij het huis van kennissen die jullie daar een week gastvrijheid hadden geboden.
Tijdens een wandeling at je de eerste nieuwe haring van het jaar aan een kraam bij de Oosterkerk. Je kreeg er een glaasje korenwijn bij dat je in je benen voelde zakken. In de Czaar Peterstraat nam je een tram terug naar het KNSM-eiland.
Maandag 4 juli.
Op de fiets naar het OLVG. Aankomst om kwart over tien, aan de beurt om vijf over elf. De uroloog bood zijn verontschuldiging aan voor het uitblijven van een uitnodiging. Jullie bespraken een urodynamisch onderzoek in verband met mogelijk een operatie om je urine-incontinentie te verhelpen. Dat onderzoek kon de volgende dag al plaatsvinden. Je leverde bloed en urine in voor het onderzoek. 19 juli de uitslagen. Je moest je urineproductie van die dag, de komende nacht en de volgende ochtend noteren.
Dinsdag 5 juli.
Tegen één uur weer op de fiets naar het OLVG. Om tien voor half twee meldde je je bij urologiebalie en was al gauw aan de beurt. Onderzoek in een plasstoel. Slangetjes in de anus/endeldarm en de penis/plasbuis. Het aanbrengen ervan en de situatie waren onprettig, maar de verpleegkundige straalde een vriendelijke rust uit. Je blaas werd volgepompt met vloeistof. Herhaaldelijk moest je op verzoek hoesten, maar zittend verloor je doorgaans weinig of geen urine, ook toen niet. Het plassen op verzoek kostte je eveneens veel moeite. De verpleegkundige trok zich telkens op de gang terug als je het moest proberen. Als het was gelukt, moest je het laten weten door te bellen met een aan de stoel bevestigde groot uitgevallen fietsbel. De resultaten waren zichtbaar op een monitor. Je werd ongeveer een uur met het een en ander beziggehouden.
Toen je tegenover het ziekenhuis je fiets pakte – je had hem vastgezet aan het hek van het Oosterpark – kwamen er twee politieagenten uit het park die een zwerverachtig type meevoerden. Met een verontwaardigde kop mopperde die: ‘Moet ik mee naar het politiebureau omdat ik tegen een boom stond te pissen! Het moet toch niet gekker worden, hebben jullie niets beters te doen?’
De politieagenten keken stoïcijns voor zich uit. Die zwerver had tegen een boom gepist, jij in een plasstoel, verschil moet er zijn.
Dinsdag 19 juli.
Met bus en tram naar het Prinsengrachtziekenhuis. Lang wachten. Door de manier waarop de uroloog je ontving, bespeurde je onraad. Ze kwam direct ter zake: in je bloed was een PSA-waarde van 6 gemeten. Waarschijnlijk waren er weer kankercellen actief. Je kon de boodschap nauwelijks bevatten. Ze raadde je aan af te wachten hoe het zich zou ontwikkelen alvorens een besluit te nemen over een operatie tegen de incontinentie. Daar was je het mee eens. Omdat je urineverlies zo hevig was, betwijfelde ze trouwens of een operatie in jouw geval wel zin had.
Over twee maanden opnieuw een bloedonderzoek en een week daarna de uitslag.
Maandag 12 september.
’s Middags met de tram naar het OLVG om bloed te laten prikken. Storm en regen. Het was rustig bij de bloedafname, toch moest je vrij lang wachten. Aderlating door een sloom meisje. Ze stootte tegen de naald die in je arm stak. Niet prettig. Ze verontschuldigde zich al even sloom.
Maandag 19 september.
Zeven uur op. Tegelijk met de buurvrouw en haar kinderen in de lift. Zoontje van vier, breed lachend, ging naar de voorschool. Dochtertje, een jaar of acht, deed wijs. Je liep naar het Azartplein, nam de tram tot de halte Korte ’s-Gravensandestraat in de Sarphatistraat en liep van daar naar het OLVG. Nadat je je had gemeld bij urologiebalie, kwam vriendin A. aan om je te steunen.
Kwart over negen was je aan de beurt. Het PSA bleek te zijn gestegen van 6 naar 9. De uroloog deed er luchtig over, maar er zou wel moeten worden bestraald. Je vroeg wat er gebeurde als je dat niet liet doen. Dan zou je over een aantal jaren ernstig ziek worden, terwijl bestralen in dit soort gevallen doorgaans goed werkte. Hij vroeg of je pijn in je botten had. Niet dat je wist: zeker was je er niet van, want je had regelmatig pijntjes en wist niet hoe pijn in de botten voelde. Hij veronderstelde dat er alleen kankercellen in het weefsel rond de verwijderde prostaat waren achtergebleven. Dat was in de meeste gevallen zo als het PSA na een operatie weer steeg.
De bestralingen konden niet in het OLVG plaatsvinden. De uroloog regelde telefonisch een afspraak met het AMC. Morgen om 14.00 uur was je er welkom ter voorbereiding op zeven weken lang iedere werkdag te worden bestraald. Je schrok van die lange periode. Vriendin A. werd er bijgehaald. We kregen koffie. Ondertussen dicteerde de uroloog elders een brief aan een secretaresse voor de collega’s van het AMC. Je kreeg hem mee. Bij het afscheid zei de uroloog tegen vriendin A. en jou dat jullie je geen zorgen hoefden te maken, dat het goed kwam.
In de koffiebar van het ziekenhuis namen jullie nog een kop koffie. Deze keer met appelgebak, hoewel er niets viel te vieren.
Dinsdag 20 september.
’s Nachts rond vier uur werd je wakker en verviel in somber gepeins. Tweeënhalf jaar geleden had je gekozen voor een operatie omdat je dacht dan gelijk van alles af te zijn. Hoe naïef, nu moest je toch worden bestraald. Waarschijnlijk had je daarvoor dan beter meteen kunnen kiezen. Er gelijk van af zijn is niet des kankers.
’s Middags met bus en metro naar het AMC. Je had met vriendin A. afgesproken dat jullie elkaar zouden treffen in de polikliniektoren, omdat je dacht dat je daar moest zijn. Vriendin A. zat er al te wachten. Maar jullie bleken in de ziekenhuistoren te moeten zijn. Eerst echter toch in de polikliniektoren een patiëntenpas laten maken. Er werd een foto van je kop gemaakt voor op die pas. Vervolgens naar de afdeling radiotherapie in de ziekenhuistoren. Het was half twee, de afspraak was om twee uur maar pas om drie uur werden jullie opgehaald door een dokter. Bevooroordeeld door ervaringen in een ver verleden, bevestigde het je weerzin jegens het AMC.
Een inleidend gesprek en een kort inwendig onderzoek door de arts die je tijdens de bestralingsperiode zou volgen. Over ongeveer een week kon je terecht voor een proefbestraling en het aanbrengen van signalering. Je kreeg de datum en tijd nog toegestuurd. Na die proefbestraling zou het nog ongeveer veertien dagen duren voordat met de serie van vijfendertig echte bestralingen kon worden begonnen. De dokter vertelde je dat de bestralingen waarschijnlijk blijvende gevolgen zouden hebben voor je darmen, blaas, potentie en libido. Maar dat kende je al van de operatie.
Na het ziekenhuis gingen vriendin A. en jij met de metro naar winkelcentrum De Amsterdamse Poort, in jullie voormalige woonwijk De Bijlmer, om er wat te eten en te drinken.
Wordt vervolgd.
2010
1
Vrijdag 22 januari 2010.
Je wachtte op een telefoontje van het OLVG, dat omstreeks twaalf uur moest komen. Ondertussen las je in Kroniek van een schuldig leven 1, de biografie van Nop Maas over Gerard Reve. Om tien voor één belde het OLVG: een assistente van je vaste uroloog. De bloed- en urinewaarden waren toch goed. Ze had eerder verkeerd gekeken en je de stuipen op het lijf gejaagd met de mededeling dat je bloed afwijkingen vertoonde. Ze verontschuldigde zich. Alles goed en wel, maar je had nog steeds last van je buik. Ze zou het doorgeven aan de uroloog en beloofde terug te bellen. Dat deed ze. De uroloog stelde een foto, een echoscopie van de buik en een inwendig blaasonderzoek voor. Daar stemde je mee in. Voor de afspraken liet ze je terugbellen door de receptie, omdat ze niet wist hoe ze moest doorverbinden.
Donderdag 28 januari.
Met de tram naar het OLVG. De afgesproken tijd, kwart voor elf, werd redelijk gehaald. Maar de echoscopie moest worden afgebroken, omdat de dokter een volle blaas wilde. Naar een wachtkamer met een kan water en een bekertje. Je dronk drie bekers. Zo’n twintig minuten later lag je weer op de bank. Geen bijzonderheden. Op naar de röntgenfoto’s. Alle uitslagen gingen naar de uroloog.
Maandag 1 februari.
Naar het OLVG voor het blaasonderzoek. Vriendin A. zou je vergezellen en was al aanwezig toen je aankwam. Het was pas half drie, de afspraak was om tien over drie en het liep ook nog eens drie kwartier uit. Maar het blaasonderzoek, een cameraatje dat aan een slangetje door de urinebuis gaat, viel mee. Er werd niets verontrustends aangetroffen. Je kreeg een recept voor een medicijn tegen de urine-incontinentie.
Op de terugweg ging je met vriendin A. langs de apotheek voor luiers en het medicijn. Thuis aan het Barcelonaplein kookte je en aten jullie samen.
Je loosde wat glij- en verdovingsmiddel, maar op een branderig gevoel na had je verder geen last van het onderzoek. Het medicijn dat je had gekregen bleek echter hetzelfde te zijn als je al eerder had geprobeerd: Vesicare, dat niet hielp en waarvan je een droge strot kreeg.
Woensdag 10 maart.
Tien uur OLVG. Op verzoek van de uroloog had je gisteren de hele dag urine opgevangen in een maatbeker en de hoeveelheden genoteerd, maar hij bekeek de lijst nauwelijks. Je zou vandaag of morgen worden gebeld voor een afspraak met een uroloog die gespecialiseerd was in operaties tegen urine-incontinentie. En er werd er een afspraak met een maag-, darm- en leverarts geregeld, waarna de uroloog afscheid nam met: ‘Tot over een jaar.’ Je vroeg of daarvoor dan geen afspraak moest worden gemaakt. Hij antwoordde dat de uroloog die je ging onderzoeken in verband met je urine-incontinentie dat wel zou regelen.
Woensdag 17 maart.
Je belde het OLVG, omdat je nog steeds niet was teruggebeld voor een afspraak over die eventuele operatie tegen de urine-incontinentie. De dame die je aan de lijn kreeg, kon je map niet vinden, zei dat je zou worden teruggebeld. Maar ze klonk weifelend, had het over terugkoppelen naar je vaste uroloog. En teruggebeld werd je niet. Je had er genoeg van: genoeg van ziekenhuizen, doctoren, assistentes en assistenten. Je besloot dat, als je niet alsnog werd teruggebeld, het er voorlopig maar bij te laten zitten.
Maandag 29 maart.
Met bus en tram naar het Prinsengrachtziekenhuis. Je was weer eens veel te vroeg en wandelde door de Leidsestraat. Lossende vrachtwagens en vroege toeristen. Op het Leidseplein ging je in het American Hotel naar de wc. Daarna doolde je door de Leidsebuurt, alvorens naar het ziekenhuis te gaan. Bij de mdl-afdeling zat een bitse receptioniste. Terwijl je wachtte op je beurt, voerde ze luid en grof een privételefoongesprek. Maar het wachten duurde gelukkig niet lang. Er was alleen nog een oude dame voor je. Ze werd begeleid door waarschijnlijk een buurvrouw. Aardige mensen.
De mdl-arts ondervroeg en onderzocht je. Ze vond geen ongerechtigheden. Voor de zekerheid stelde ze ook nog een inwendig onderzoek voor in het OLVG. Met verdoving, verzekerde ze je, toen je haar had verteld dat je daar ooit al zo’n onderzoek had gehad en dat als zeer pijnlijk had ervaren. Twintig mei kon je er pas terecht.
Je belde vriendin A. of je langs kon komen voor koffie en een verslag. Dat kon. Je liep naar het Rokin en nam daar een tram naar de Rapenburgerstraat.
2
Donderdag 20 mei.
Zeven uur op voor de eerste liter klean-Pep-oplossing vanwege het darmonderzoek. Een liter per uur ervan drinken viel niet mee. Je dronk het, zoals aanbevolen, met een rietje en kauwde tussen het drinken door op kauwgum. Toch moest je af en toe kokhalzen. Geen ontbijt en geen andere medicijnen. In toenemende mate diarree, wat de bedoeling was. Na het douchen wel een kop thee; dat mocht.
Met de tram naar de ’s-Gravesandestraat. Aankomst in het OLVG om twee uur. Weer veel te vroeg. Je werd pas om drie uur verwacht. Vriendin A., die je zou vergezellen omdat je niet alleen terug mocht, was er vanzelfsprekend nog niet. Het was prachtig weer, te mooi om naar een ziekenhuis te moeten. Je pinde geld in de lichtstraat van het ziekenhuis en wandelde daarna door het Oosterpark. Zonnende mensen op de gazons.
Terug in het ziekenhuis zat vriendin A. op je te wachten. Jullie gingen naar boven en je meldde je bij de receptie. Om precies drie uur werd je opgehaald. Je moest je onderlichaam ontkleden en op een bed gaan liggen, waarop je naar de behandelkamer werd gereden. Dat kwam je bekend voor. Dezelfde mdl-arts als in het Prinsengrachtziekenhuis deed het onderzoek, zoals beloofd met verdoving, die via een infuus werd toegediend. Toch af en toe pijn, maar niet erg.
Na het onderzoek naar een zaal om een halfuur te herstellen. Je kreeg een boterham met kaas en een kop koffie en mocht je daarna aankleden. Vriendin A. en jij werden naar een kamer gebracht voor een gesprek met de mdl-arts. Die had geen afwijkingen gezien. Voor je klachten had ze geen verklaring. Ze stelde voor eerdaags toch ook nog wat foto’s te laten maken. Daar stemde je mee in.
Een broodje haring op het Beukenplein en met een taxi naar het Barcelonaplein. Vriendin A. kookte en jullie aten samen. Opspelende darmen. Die hadden ook wel raar spul en vreemd bezoek te verwerken gekregen. Je was niet boos op ze.
Donderdag 27 mei.
Je werkte aan Eiland zonder haven, een bundel met gedichten en korte verhalen. Daarna met de tram naar de ’s-Gravesandestraat, het OLVG. Je moest er om twee uur zijn voor het drinken van de contrastvloeistof. Om drie uur zouden het onderzoek, de foto’s en video volgen. Pas om half vier werd je geroepen voor het drinken. Al drinkend wachtte je in een daartoe bestemde ruimte en werd je, nadat een assistente je op een gegeven moment was komen zeggen dat ze je echt niet waren vergeten, pas een uur later opgehaald. Je moest je uitkleden en in een soort jasschort op een wc met camera’s plaatsnemen. Buiten een ziekenhuis zouden de verantwoordelijken daarvoor worden gearresteerd, maar hier golden andere wetten.
De behandelende arts opperde de mogelijkheid dat door de verwijdering van de prostaat verzakkingen zouden zijn ontstaan. Op een onderzoektafel werd je volgespoten met witte namaakpoep en kreeg je een ijzerdraad door je bilnaad voor de oriëntatie op de foto’s en de video. Zo moest je weer op de gluur-wc gaan zitten om afwisselend de witte namaakpoep uitpersen of ophouden. Tot je schaamte verloor je daarbij veel urine naast de wc doordat je op de rand ervan zat. Maar daar werd niet om gemaald.
Toen je je mocht aankleden, waren volgens de dokter je darmen leeg. Maar buiten verloor je toch nog kunstpoep. Gelukkig droeg je een luier. Ieder nadeel heeft zijn voordeel, bleek maar weer eens. Je at een troostharing op het Beukenplein.
Maandag 31
Het Prinsengrachtziekenhuis. De mdl-arts vertelde dat er geen afwijkingen waren gevonden. Ze liet de opnamen van je darmen zien. Die zagen eruit zoals darmen eruit horen te zien maar streelden je ijdelheid niet. En je klachten waren natuurlijk ook niet plotseling verdwenen.
Buiten belde je vriendin A. om haar verslag te doen. Vervolgens liep je naar de Kalverstraat en ging daar de Petrus en Pauluskerk/De Papegaai in om er een tijdje te mediteren. Verderop in de Kalverstraat kocht je een spijkerbroek, een pet, sokken en schoenen. Waarna je koffie dronk en een croissant at in de HEMA op de Nieuwendijk.
Maak jouw eigen website met JouwWeb